Jaap Kuijper

Administrateur EZ en MCA van 1967 tot 1986


Interview met Jaap Kuijper 10 november 2009

 

Hij werd geboren 28 september 1925 in Haarlem. Al snel verhuisde hij naar Alkmaar om in 1940 weer terug te verhuizen naar Alkmaar. Hij volgde de uitgebreide MULO. Tijdens de oorlog moest hij zich schuil houden om te ontkomen aan de arbeidsinzet in Duitsland. Hij sloot zich aan bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). Met de bevrijding was hij ingeschakeld bij het arresteren van landverraders en de vrouwen, die omgang hadden met de Duitsers. Er was een barakkenkamp op de plaats waar nu de Frits Conijn tunnel is en één in Schoorl. Op deze locaties werd dan door BS ers wacht gelopen. Daar hield hij met de andere BS ers de wacht. De NSB ers kwamen ook terecht in de Hoornse gevangenis, die Krententuin werd genoemd.

 

Na de bevrijding wilde hij vrij zijn. Hij meldde zich als vrijwilliger voor Nederlands Oost Indië. Via Oostende kwam hij in Engeland gedurende één maand in een trainingskamp. Hij vertrok vanuit Southampton naar de Oost. Zij werden aanvankelijk tegengehouden in Malaka. Uiteindelijk verbleef hij vanaf begin 1946, 32 maanden in Indonesië; was ook nog betrokken bij de eerste politionele actie in 1946. In de Indonesische archipel was hij gelegerd op Nieuw Guinea-Bali en Zuid Sumatra. In 1948 ging hij met het troepentransportschip (ss) Indrapoera via Djakarta terug naar Nederland.

 

Komst in het St. Elisabeth Ziekenhuis

Jaap werkte bij de firma Eckman, een van oorsprong Joodse fabriek voor BH’s en korsetten in Alkmaar. Hij verzorgde de salarisadministratie en personeelszaken. Hij reageerde op een advertentie van het EZ voor een vacature bij de administratie. Zijn vrouw bracht hem via de buurvrouw van de heer Hoekstra, econoom, onder diens aandacht. Hij kreeg de baan. Het was augustus 1967. Zijn taak was de patiëntenadministratie. Eerste was zuster Paula en daarna zuster Francisca zijn baas. Afra Mak deed de salarisadministratie en Gerrit Sijm de boekhouding. Wil Pepping werkte ook op de afdeling. Hun kantoor was vooraan in de Augustinusgang, rechts met uitzicht op de Van Everdingenstraat.

 

Taak

Zuster Caecilia van de opname schreef de patiënten in. Alle gegevens werden op een plaatje vastgelegd, waarbij alcohol werd gebruikt. Hij hield de kaartenbak bij. Elke dag, ook zaterdags, maakte hij een lijst van de opgenomen patiënten. Deze lijsten gingen naar de receptie, afdelingen enz. De verplegingsafdeling meldde elke dag de opgenomen, ontslagen en overleden patiënten. De rekeningen werden opgemaakt, aangevuld met de verrichtingen, die de patiënt had ondergaan. Zuster Francisca hield dit in de gaten. Zuster Elvira had onder anderen de taak de telefoonstrookjes op te halen en te verwerken.

Op Nieuwjaarsdag zorgde Jaap voor het saldo per 1 januari.

De rekeningen gingen naar het Algemeen Ziekenfonds Alkmaar en omstreken (AZA) of de particuliere verzekeringsmaatschappij Noord-Holland Noord. Zuster Elvira zorgde, dat alle rekeningen in één enveloppe kwamen. Zij lette op de kleintjes: zij gebruikte de strookjes van de postzegelvellen!

Jaap groeide uit en werd hoofd van de patiëntenadministratie. Hans de Zwart maakte bijkomende rekeningen voor diensten en honoraria. Hij was ook de kassier. Hoekstra haalde het geld voor de salarissen bij de bank. Het werd verdeeld over de loonzakjes door W. Dekker en Afra Mak. De verpleegkundigen van de nacht konden direct na hun dienst ophalen. De anderen kregen het tussen de middag in de eetzaal in de zustersflat. Als men er niet was, kon men terecht bij Hans de Zwart in het kantoortje voor de ingang. Al vóór de fusie werd het salaris via de bank overgemaakt naar de individuele medewerker. Een buizenpost vanuit het laboratorium is nog een tijd in bedrijf geweest.

 

Fusie in 1974

Er veranderde veel. De heer Hoekstra verliet het ziekenhuis. De heer Faber was te goed voor het personeel. Hij werd “weggepest”. Rob Rusman kwam.

De heer Winkel was hoofd van de administratie CZ en bleef hoofd in het MCA. Hans moest naar de “overkant” en kwam op de zolder terecht. Jaap paste er niet meer in en vertelt, dat hij “nooit heeft kunnen wennen”. Men zag hem niet staan. Hij werd zonder overleg verplaatst.  CZ was een vergadercultuur; EZ een doecultuur. De werksfeer was geheel anders.    

In 1986 kon Jaap het MCA verlaten. De jaren na de fusie waren voor hem zeer moeizaam geweest. Daarom heeft hij geen afscheid genomen. Alleen de heer Sijm is nog bij hem geweest.

 

 

Bijzonderheden

-        Hoekstra kwam op Jaaps verjaardag langs.

-        Hoekstra verlangde, dat Wim van Zante een stropdas droeg.

-        Moens bleek op feestjes een gezellige man.

-        Als in het EZ om 12.00 uur het Angelus werd gebeden en geluid, werd het werk stil gelegd. Om 15.00 uur gingen de religieuzen naar de Kapel.

-        Hoekstra werkte voornamelijk in de avond om rustig door te werken.

-        In het EZ was de Goede vrijdag geen vrije dag; in het CZ wel.

-        Jaap beheerst het Engels en het Duits goed. Op een zaterdagochtend had de vrouw van een Engelsman -op vakantie in Bergen aan Zee - een miskraam. Zij werd behandeld in het EZ. Jaap ving haar echtgenoot op en liet hem thuis bij hem eten. Het contact is nog wel even , maar is nu verwatert.

 

bron:

Interview gehouden door Piet van Velthoven en Hans de Zwart.